Indeling gedragsproblemen bij huisdieren

Dieren vertonen gedrag om zich aan te passen aan hun omgeving. In de meeste gevallen is dit gedrag normaal en aanvaardbaar voor de eigenaar maar soms treden er ook wel eens gedragsproblemen op. Gedrag is als volgt in te delen:

 

Normaal gedrag is gedrag dat aangepast is aan de uitlokkende prikkel. Voorbeelden: een kat vangt een muis en eet deze op, een hond blaft als hij iets ziet, een konijn verstopt zich als het angstig is.

Gedragsproblemen ontstaan wanneer de eigenaar of mensen in zijn omgeving van mening zijn dat het gedrag van zijn huisdier storend is.
De grootste groep gedragsproblemen is ongewenst gedrag. Dit is eigenlijk normaal gedrag dat de eigenaar niet wil of niet goed begrijpt. Voorbeelden: de kat brengt de muis naar de slaapkamer, de hond jaagt achter de kat, de hond springt op als je binnen komt, de hond blaft waardoor de buren klagen.

Daarnaast bestaat er echter ook afwijkend gedrag: onaangepast en abnormaal gedrag. Onaangepast gedrag is gedrag dat niet aangepast is aan de context. Hierbij gaat het dier te fel of verkeerd reageren op een prikkel. Voorbeelden: een hond ziet een luchtballon en wordt zo angstig dat hij ontsnapt en uren ronddoolt, een kat wordt geaaid en plots draait ze zich om gromt, bijt en loopt geïrriteerd weg.

Abnormaal of pathologisch gedrag is gedrag waarbij het dier zich niet meer kan aanpassen aan de situatie. De oorzaak hiervan kan velerlei zijn, zoals medische problemen (onverklaarbare agressie door hersentumoren, agressie door een te fel werkende schildklier, enz.) maar het dier kan het gedrag ook hebben aangeleerd door eerdere ervaringen.

Afwijkend gedrag kan op zijn beurt verder worden ingedeeld in 5 groepen:

Bij omgericht gedrag zal het dier zijn reactie richten naar de omgeving, naar andere dieren, mensen of naar zichzelf. Omgericht gedrag kan normaal zijn maar als het gedrag niet meer aangepast is aan de situatie wordt het abnormaal.

Beschadigend gedrag is gedrag waarbij het dier zichzelf (= automutilatie) of een ander dier of mens (= allomutilatie) schade toebrengt. Beschadigend gedrag is vaak het gevolg van omgericht gedrag, vandaar dat beiden vaak samen voorkomen. Voorbeelden: een kat likt zich kaal, een hond vernielt alles in huis als hij alleen is omdat hij zeer angstig is.

Een derde type afwijkend gedrag is apathisch gedrag. Hierbij zal het dier langdurig immobiel zijn en geen belangstelling tonen in zijn omgeving. Het is een vorm van depressief gedrag.
Apathie mag echter niet verward worden met bevriezen, een gedrag dat een dier vertoont als het bijvoorbeeld aangevallen wordt door een vijand. Bij dit laatste gedrag zal het dier zich niet bewegen maar zich zeer goed bewust zijn van zijn omgeving en dus zeer alert zijn.

Dieren met een chronisch verlaagde drempelwaarde zullen veel sneller dan normaal bepaalde gedragingen vertonen. Het gedrag wordt vaak uitgelokt door pijn en andere stresstoestanden. Voorbeelden: psychische polydipsie (te veel drinken), psychische polyfagie (te veel eten), hyperseksualiteit, hyperagressiviteit, hyperactiviteit.

Het laatste type afwijkend gedrag is stereotiep gedrag. Dit gedrag zal steeds op dezelfde wijze en volgens een relatief constant ritme worden uitgevoerd. Het gedrag lijkt op dat moment zinloos maar heeft wel degelijk een functie voor het dier. Doordat het dier zoveel tijd doorbrengt met het uitvoeren van dit gedrag zal het onvoldoende kunnen rusten en soms zelfs onvoldoende tijd hebben om te eten en drinken. Ook hier kan het gedrag omgericht zijn en beschadigend. Voorbeelden: staartjagen, rondjes draaien, vliegen vangen terwijl er geen zijn, overmatige vachtverzorging.

De verschillende typen afwijkend gedrag kunnen dus samen voorkomen. Het is echter niet altijd gemakkelijk de juiste diagnose te stellen. Een hond die van alles stuk bijt kan zich gewoon vervelen. Als zijn baasje dit niet erg vindt is dit normaal gedrag maar als zijn baasje hier niet is mee opgezet wordt het ongewenst (normaal) gedrag. Een hond kan ook dingen stuk bijten omdat hij hyperactief is of bang is. Ook als stereotiep gedrag kan het dier dingen stuk bijten. Het stuk bijten is slechts een symptoom en een gedragsdeskundige moet vaststellen wat de precieze oorzaak is van het probleem.

Om zeker te zijn dat het om een gedragsprobleem gaat is het echter noodzakelijk om je dierenarts te raadplegen. Heel veel gedragsproblemen hebben immers een medische oorzaak. In een aantal gevallen is het behandelen van de medische oorzaak voldoende om het probleem op te lossen maar in veel gevallen gaan medische en psychische oorzaken samen en moet er naast de medische behandeling ook gedragstherapie worden uitgevoerd. Indien er geen medisch probleem te vinden is zal het gedragsprobleem eveneens met gedragstherapie dienen aangepakt te worden en is het verstandig om een gedragsdeskundige te raadplegen.

Auteur: Behivet – Ilse Rediers, dierenarts-gedragsdeskundige © 2011

U kunt geen kopie maken van deze inhoud.