Stress preventie bij katten: wat heeft je kat nodig om zich goed te voelen? (deel 1)

Katten zijn zeer stress-gevoelig. Elke verandering in hun leefpatroon en/of omgeving kan een bron van stress zijn. Dit kan op zijn beurt leiden tot gedragsproblemen, zoals onzindelijkheid en sproeien. Het is dus van zeer groot belang om stress bij katten te vermijden. Je kan dit in de eerste plaats doen door rekening te houden met de noden van je kat. In deze reeks artikels zullen de belangrijkste behoeften van je kat besproken worden.

Het territorium van de kat bestaat uit het kerngebied, doorgangen en jachtgebieden. Het kerngebied is de plaats waar ze zich veilig en goed voelt. Hier zal ze eten, rusten en slapen. In dit gebied zal ze geen katten van andere sociale groepen toelaten. Katten van eenzelfde sociale groep zullen er meestal geen probleem van maken een eetbak en drinkbak te delen, ze spelen samen, rusten samen en wassen elkaar. De kat markeert in haar kerngebied om voor zichzelf aan te tonen dat het een veilige plaats is. Dit markeren gebeurt door met de wangen (kopjes geven = faciaal markeren) en flanken tegen objecten aan te wrijven. Het kerngebied van een huiskat is meestal in huis en beslaat één of meerdere kamers.

Het kerngebied van een kat is de plaats waar ze zich veilig voelt. Dit gebied zal ze liever niet delen met katten van andere sociale groepen. Katten die behoren tot dezelfde sociale groep zullen veel dingen samen doen, zoals slapen, spelen en elkaar wassen. Het is niet omdat 3 katten samen op bed liggen dat ze behoren tot dezelfde sociale groep. Indien ze tot dezelfde groep behoren zullen de hoofden soms in elkaars richting zijn. Is dit nooit het geval, kan dit betekenen dat de katten tot verschillende sociale groepen behoren maar elkaars gezelschap gewoon tolereren.

Twix (links) en Pepsi (rechts) vormden vroeger een sociale groep. Ze deelden een mandje, speelden samen en wasten elkaar. Door een eenmalig feit kan deze relatie tot een einde komen. Beide katten tolereren elkaar nu maar vormen geen sociale groep meer.

De doorgangen zijn paden tussen het kerngebied en de jachtgebieden. De jachtgebieden worden gedeeld met andere katten. Door aan time-sharing te doen, kan een kat een gebied met een andere kat delen zonder conflicten. Katten doen dit door te markeren met urine (sproeien), faeces (mest – “middening”) en krabsporen. Hierdoor kan een andere kat weten welke kat op welk moment is langs geweest en deze momenten vermijden. De kat zal regelmatig haar territorium verkennen en haar geursporen vernieuwen. Katten markeren dus niet aan de randen van hun gebied maar op plaatsen waar katten van andere sociale groepen komen en waar ze dus meer op hun hoede moeten zijn. Ook bij stress kan een kat deze vormen van geursporen gebruiken om voor zichzelf onveilige gebieden aan te duiden.

Katten krabben op plaatsen die als minder veilig worden ervaren. Ook andere katten zullen deze geur opvangen en hierdoor aan time-sharing kunnen doen om conflicten te vermijden. In huis wordt er meestal met krabsporen gemarkeerd aan door-, in- en uitgangen. Het krabben als markeergedrag gebeurt meestal aan verticale objecten zodat andere katten dit goed kunnen opmerken. In huis is een krabpaal hiervoor ideaal. Sommige katten zullen ook markeren met krabsporen op horizontale objecten, zoals deurmatten. Uiteraard zal een kat ook krabben aan de krabpaal, matten en andere objecten om haar nagels te verzorgen.

Het is dus belangrijk dat je kat zich goed voelt in haar kerngebied, dat dus meestal een of meerdere kamers van je huis beslaat. Als algemene regel kan je stellen dat alles goed is totdat je kat er een probleem van maakt. De ene kat is veeleisender als de andere. Zolang je kat geen probleemgedrag vertoont, zal alles wel in orde zijn. Als je kat echter probleemgedrag vertoont, kan je eens nagaan of een van onderstaande voorwaarden niet in orde zijn.

RUIMTE

Meestal wordt als regel gegeven dat een kat minstens twee kamers ter beschikking moet hebben. Het is daarbij echter belangrijk te onthouden dat de kwaliteit, dus de inrichting, van de kamer veel belangrijker is dan de grootte van de kamer. Katten hebben nood aan een 3-dimensionale ruimte. Het is belangrijker in de hoogte te gaan werken dan een grote oppervlakte ter beschikking te stellen. Je kan dit oplossen door je kat een krabpaal te geven tot aan het plafond of toegang op kasten. Als dat niet mogelijk is, kan je altijd op verschillende hoogten planken tegen de muur bevestigen waardoor je kat van de ene op de andere kan springen. Als je dan nog een dekentje hierop (vast) bevestigd kan ze comfortabel liggen en heeft ze goede en veilige uitkijkpunten. Een warme aquarium of andere voorwerpen die hoog staan, zijn vaak lievelingsplaatsjes van je kat. Zoals reeds gezegd houden katten van hoogtes omdat ze zich daar veilig voelen en een goed overzicht over de ruimte hebben.

Katten houden ervan in de hoogte te verblijven. Indien je geen hoge meubelen of een krabpaal tot aan het plafond hebt, kan je met planken een paradijs voor je kat creëren.

Een krabpaal tot aan het plafond doet wonderen, maar een gewone kastlade kan al voldoende zijn voor je kat (foto rechts: http://www.in-my-prime.com).

ETEN EN DRINKEN

Mensen denken vaak dat je een kat gewoon een bakje met brokken en een kommetje water moet voorschotelen en dat dan alles wel in orde zal zijn. Het tegendeel is echter soms waar. Katten zijn geen maaltijdeters die zoals honden en mensen gemiddeld 2 tot 4 maal per dag eten, maar wel tot 20 kleine maaltijden per dag nuttigen. Het is daarom veel natuurlijker om je kat ad libitum te voederen, met andere woorden permanent brokken ter beschikking te stellen. Als je graag wat natvoer wil geven kan je dit in kleine hoeveelheden doen terwijl de brokken altijd klaar staan. Natvoer kan je best niet steeds laten staan, want dit wordt snel slecht als de kat niet alles opeet. Naast het aantal maaltijden is het ook belangrijk om de juiste voeding te geven. Het is daarbij belangrijk om rekening te houden met de leeftijd van je kat. Jonge, drachtige en lacterende katten hebben meer energie nodig omdat ze fel moeten groeien, kittens moeten laten groeien of melk geven. Volwassen en oudere katten hebben minder energie nodig en zullen meer kans hebben op overgewicht als je geen aangepaste voeding geeft. Zeer oude katten daarentegen hebben dan weer meer energie nodig. Oudere katten (vanaf 7 jaar) hebben daarnaast ook meer kans op nierproblemen waardoor er minder maar wel hoogwaardigere eiwitten in de voeding vereist zijn. Het is daarom zeker niet overbodig om een voeding te geven aangepast aan de leeftijd van je kat. Bij bepaalde ziekten is het ook nodig een aangepaste voeding te geven die je dierenarts zal voorschrijven. Katten van middelbare leeftijd hebben heel vaak last van blaasgruis waardoor een aangepast dieet nodig kan zijn. Stress speelt hier ook een grote factor in. Een kat met overgewicht zal, net zoals mensen, veel kans hebben op diabetes, gewrichtsproblemen en hart- en vaatziekten. Het is daarom belangrijk om het gewicht van je kat onder controle te houden. Ook dit kan met behulp van een aangepaste voeding. Daarnaast is het echter nodig om ervoor te zorgen dat je kat voldoende lichaamsbeweging heeft. Dit kan je onder andere doen door ermee te spelen. Zeer obese katten zitten echter vaak in een vicieuze cirkel. Ze zijn te dik omdat ze teveel eten en onvoldoende bewegen maar doordat ze zo dik zijn hebben ze minder energie en worden ze luier waardoor ze nog minder gaan bewegen. Hierdoor worden ze nog dikker. In extreme gevallen kan het nodig zijn je kat ertoe te verplichten om te bewegen. Ze krijgt enkel nog wat brokjes als ze wat beweegt door achter een pluimpje te vangen of met een voederbal te spelen.

Niet alleen het soort eten maar ook de plaats waar het eten staat is van belang. Zet het eten op een rustige plaats waar de kat niet gestoord wordt door kinderen, de hond of de wasmachine. Eten doe je enkel op een plaats waar je je niet bedreigd voelt en waar je altijd met rust wordt gelaten. Zet het eten ook niet in de buurt van de kattenbak. Van nature uit is dit een ongeschikte plaats. Het is immers onhygiënisch om te eten waar je je behoefte doet. De plek kan namelijk gecontamineerd zijn met wormen en andere ziekteverwekkers.

Het absolute minimum aantal eetbakjes dat je moet voorzien is gelijk aan het aantal sociale groepen. Deze eetbakjes van verschillende sociale groepen dienen ook gescheiden (aparte kamers) te staan.

Het eetbakje mag niet in de buurt van de kattenbak staan.

Iedereen weet dat een kat water nodig heeft. Het is daarbij belangrijk om dagelijks vers water te voorzien. Het drinkbakje kan best gescheiden gezet worden van het eetbakje. In de natuur zal een kat ook niet eten waar ze drinkt. Ook dit dient op een rustige plaats te staan, weg van de kattenbak. Veel katten drinken liever uit de vijver of een stilstaand plasje buiten of binnen uit het toilet of de douche. Andere katten drinken enkel van stromend water. Een kraan laten openstaan is in deze tijd niet meer ecologisch (en economisch) verantwoord, vandaar dat het dan aan te raden is een drinkfontein in de dierenspeciaalzaak te halen. Hierdoor zal het water steeds in beweging blijven. Indien je dit niet doet, loop je het risico dat je kat te weinig zal drinken. Voor katten met urineweg- en nierproblemen, maar ook voor andere medische problemen en zelfs gezonde katten, is dit niet gezond. Het aantal drinkbakjes is vergelijkbaar met het aantal eetbakjes.

Katten houden van vers en fris water.

Katten drinken graag aan vijvers.

Nogmaals: als je dit allemaal niet doet en je kat maakt er geen probleem van, dan moet je niets te veranderen. Enkel als je kat probleemgedrag vertoont of slecht eet en/of drinkt kan je eens nagaan of de voorheen genoemde zaken de oorzaak kunnen zijn.

 WORDT VERVOLGD …

Auteur: BEHIVET – dierenarts-gedragsdeskundige Ilse Rediers © 2013

Foto’s: Ilse Rediers – Internet

Bronnen: klik op deze link voor de literatuurlijst.

 

U kunt geen kopie maken van deze inhoud.