Zintuiglijke waarneming bij de hond deel 3: Auditieve waarneming (oren, gehoor en evenwicht)

Honden worden niet enkel blind, maar ook doof geboren. De gehoorgangen openen rond 2-3 weken en zijn bijna volledig functioneel rond 5 weken. Afhankelijk van het individu kan een hond al vanaf 16 dagen een bron lokaliseren door de oren te bewegen. Het is dus belangrijk vanaf deze periode de pup in contact te brengen met allerlei geluiden om een goede socialisatie en habituatie te garanderen.

Afbeelding: inwendige bouw oor hond

Het oor bevat zowel receptoren voor gehoor als zintuigcellen voor waarneming van het evenwicht. Het gehoor is gelokaliseerd in het slakkenhuis, terwijl het (statisch en dynamisch) evenwicht wordt waargenomen in respectievelijk de voorhofsblaasjes en de drie halfcirkelvormige kanalen. Daarnaast wordt het evenwicht gecontroleerd door de proprioreceptoren in spieren, pezen en gewrichten.

Afbeelding: inwendige bouw oor mens met slakkenhuis, voorhofsblaasjes en drie halfcirkelvormige kanalen

Honden horen beter dan mensen, dit wil zeggen, honden nemen hogere en lagere tonen waar dan mensen. Honden reageren op het hondenfluitje ook al is dit niet of slecht hoorbaar voor ons. Onze bovenst gehoorgrens ligt rond de 20.000 Hz terwijl dit bij honden ruim daarboven ligt, afhankelijk van de onderzoeker van 26.000 Hz tot 65.000 Hz. Algemeen wordt aangenomen dat het gehoorbereik van honden tussen 15 Hz en 60.000 Hz ligt. Ter vergelijking: 28 Hz is de frequentie van de laagst pianotoets, de hoogste toets is 4180 Hz. Honden zouden het beste horen rond 4000 Hz, terwijl mensen beter horen rond 1000-2000 Hz.

Afbeelding: bereik gehoor mens (boven) en hond (onder)

Lokalisatie van geluid gebeurt door subtiele oorbewegingen. De hersenen berekenen de afstand van het geluid tot beide oren afzonderlijk en kunnen zo de richting bepalen. Door het hoofd te bewegen in de richting van de geluidsbron, verkrijgt de hond bijkomende informatie. Hierdoor kan de hond ook de afstand tot de geluidsbron inschatten.

Aangeboren doofheid hangt samen met een toegenomen hoeveelheid witte pigmenten, vooral bij honden die geen pigmentatie in de iris hebben. Het merle- gen (vb. Australian cattle dog, Duitse dog met harlekijnkleur en bobtail) en piebald- gen (vb. dalmatiër en bullterriër) dat verantwoordelijk is voor typische kleurpatronen blijkt een invloed te hebben op doofheid. De diagnose voor uni- en bilaterale doofheid wordt met een gehoortest via EEG gesteld.

Afbeelding: gehoortest bij dalmatiërpup

Bilateraal dove honden kunnen zich goed aanpassen aan het dagelijks leven, afhankelijk van de training (gebruik van visuele signalen) en een aangepast management (nooit vrij op straat). Net zoals blinde honden, maken dove honden meer gebruik van hun andere zintuigen.

Auteur: dierenarts-gedragsdeskundige Ilse Rediers © 2011. Dit artikel werd voorgesteld op het symposium “Een Beet-je Gedrag, … Inleiding in de Kynethologie” door KMSH op 22/10/2011.

Zie ook: Zintuiglijke waarneming bij de hond deel 1: Inleiding

Zie ook: Zintuiglijke waarneming bij de hond deel 2: Visuele waarneming (ogen en zicht)

Zie ook: Zintuiglijke waarneming bij de hond deel 4: Olfactorische waarneming (neus en geur)

Zie ook: Zintuiglijke waarneming bij de hond deel 5: Somatosensorische waarneming (huid en gevoel)

Zie ook: Zintuiglijke waarneming bij de hond deel 6 (slot): Gustatieve waarneming (tong en smaak) en besluit

REFERENTIES

  • Ashmead, D.H., Clifton, R.K., and Reese E.P. (1986). Development of auditory localization in dogs: Single source and precedence effect sound. Dev. Psychobiol., 19: 91-103.
  • Becker, S.C. (1997). Living with a Deaf Dog. Susan Cope Becker, Cincinnati.
  • Fox, M.W. and Bekoff, M. (1975). The behavior of dogs. In ESE Hafez (Ed), The Behaviour of Domestic Animals, 3e Ed, 370-409, Williams and Wilkins, Baltimore.
  • Miklósi, Á. (2009). Dog Behaviour, Evolution, and Cognition. Chapter 6, The perceptual world of the dog, 137-150, Oxford University Press, Oxford.
  • Lindsey, S.R. (2000). Handbook of Applied Dog Behavior and Training, Volume I: Adaptation and Learning, Chapter 4, Sensory Abilities, 127-165, Blackwell Publishing, Ames.
  • Strain, G.M. (1996). Aetiology, prevalence, and diagnosis of deafness in dogs and cats. Br. Vet. J., 152: 17-36.
  • Thompson, R.F. (1993). The Brain: A Neuroscience Primer. W.H. Freeman, New York.
U kunt geen kopie maken van deze inhoud.